|
Kwispelkennis onderwerp 2: alfa.
|
|
Door Timon Jürgens.
|
|
1. De positie in samenwerking.
De meeste mensen denken nog steeds dat wij de baas over de honden zijn.
Een baas kan alleen leiding geven in samenwerking met anderen.
Dat gebeurt ook binnen een roedel.
Iedere hond heeft zijn eigen verantwoordelijkheid op zijn gebied.
De hond die uit zichzelf de baas gaat spelen wordt of verstoten, of afgestraft door de roedel.
De roedel beslist uiteindelijk wie de leiding krijgt.
Geen roedel geen leider ('alfa' bij de honden).
De alfa in de natuur krijgt de verantwoordelijkheid bij de opvoeding of bij de jacht.
Dat is één alfa reu voor de jacht met zijn teef voor de opvoeding.
En die alfa’s nemen en krijgen ook de verantwoordelijkheid in een noodsituatie.
De roedel vangt op of ondersteunt het in stand houden van hun eigen soort.
Dat wil zeggen dat er honden zijn die samenwerken in de jacht.
En dat er honden zijn die samenwerken in de opvoeding van de pups en jonge honden.
Daar is jacht trouwens ook een onderdeel van.
In de natuur.
|
|
2. De Alfa.
Baasje spelen is typisch iets voor de mens.
Kijk maar naar de maatschappij.
Helaas wordt de Alfa hond nog steeds verkeerd beschreven.
De rede waarom ik “baasje” dan toch in mijn teksten gebruik?
De enige reden daarvoor is dat ik de persoon bedoel, die bij de hond hoort.
Maar eigenlijk bedoel ik Alfa.
Alleen kan ik Alfa nog niet toeschrijven aan de mens.
Omdat de functie van het woord nog steeds verkeerd gelezen wordt.
En dat risico neem ik maar niet.
|
|
3. De betekenis van de Alfa.
Alfa staat voor één.
Maar Alfa staat niet voor alleen.
Daar kunnen wij nog heel veel van leren.
Honden die Alfa worden opgelegd, worden erg eenzaam.
Want een span of een roedel in vrijheid beslist.
Het is niet de snelheid, slimheid of kracht wat de Alfa maakt.
Maar eerlijkheid!
En dat is iets voor ons om daar eens goed over na te denken.
|
|
4. De ogen van de Alfa sturen de roedel.
Het is leuk om te zien dat de hond, die nog niet tot Alfa is gekozen, toch voorop loopt.
Dat wil niet zeggen dat die uiteindelijk ook echt de Alfa wordt.
Als u zelf voor een roedel gaat lopen, kunt u goed zien dat de voorste hond het hoofd iets naar achter draait.
En met zijn ogen contact zoekt met de Alfa.
Die dan ook schuin achter de voorste hond loopt.
De Alfa richt zijn ogen op waar hij de roedel heen wil hebben.
En de voorste hond gaat ook die richting in.
Moet de roedel rechtdoor dan gebeurt er niets bij de Alfa.
Zo ziet maar.
Wanneer uw hond voor u gaat lopen, wil dat nog helemaal niet zeggen dat uw hond de Alfa is.
|
|
5. Pootje lichten.
Dat pootje lichten tijdens het plassen en het sproeien is om de geurklieren in het bekken te openen.
In een roedel lichten alleen de Alfa reu en de Alfa teef hun pootje.
Dit is om het territorium af te bakenen.
Maar ook om de sporen voor de roedel achter te laten waar de Alfa hond zich bevindt.
Nu zijn de geursporen van de vacht en ieder ander denkbaar spoor van een hond herkenbaar voor de roedel.
Een roedel is namelijk niet altijd bij elkaar.
Sterker nog:
een hond kan dagen op zichzelf rond zwerven door zijn eigen territorium.
Zonder dat die ook maar één van zijn roedelleden tegenkomt.
Dan leeft de hond van kleinwild, vogels, planten, kruiden, fruit, paddenstoelen en soms zelfs van vis.
De geur vlaggetjes van de Alfa’s zijn het belangrijkst tegen de honden van buiten het territorium.
Nu zei ik dat de teef ook geur vlaggetjes uit zet.
Dat klopt.
Want zij is verantwoordelijk voor de welpen, jonge honden, andere teven en opvoeders binnen de roedel.
Terwijl de reu verantwoordelijk is voor de bescherming van het territorium en de jacht.
Dus als u iemand ziet lopen met een teef die haar pootje licht.
Vraag uzelf dan maar eens af wie wie uit laat.
Dat wil niet zeggen dat de teef “de dominante hond is”.
De teef krijgt gewoon de Alfa positie tijdens de wandeling, omdat het “baasje” in dit geval gewoon met het hoofd ergens anders is.
En de teef dus alleen op zichzelf door de wijk loopt.
Net als ze dat in de natuur zou hebben gedaan.
|
|
|