|
Kwispelkennis onderwerp 10: hondenrassen met een staartje.
|
|
Door Timon Jürgens.
|
|
1. De Mechelaar.
Een Mechelse Herder is zeer goed met kinderen, puppy’s en jonge honden.
Dat zit in de natuur van dit ras.
Het enige is dat een Mechelaar erg snel jaloers is, wanneer de aandacht naar een ander uitgaat.
Het is een hond die na een dag werken bij thuiskomst vraagt wanneer die uit mag.
De energie is onuitputtelijk.
Maar de aandacht ook.
Er moet met een Mechelaar gewerkt worden.
Zwemmen, fietsen, zoeken en hoeden.
Voor het hoeden heb ik goede vervangers.
Dat gebeurt eigenlijk al tijdens een wandeling.
Laat de Mechelaar niet zomaar los lopen.
Daar zit geen uitdaging in.
Lijnlopen is een socialisatie tussen u en uw hond.
En daar zijn vele vriendelijke en leuke mogelijkheden voor.
|
|
2. Jack Russell Terriër.
Dit ras is gefokt om kleinwild uit de holen te krijgen.
De Jack Russell werd ook gebruikt bij het vinden van mensen in ingestorte mijnen en gebouwen.
Een Jack Russell is een fanatieke werker, die lekker in het rond kan blaffen.
Dat blaffen had een reden die vroeger gericht was op het werk van deze hond.
Nu komt er een klein misverstandje over het blaffen.
Dat blaffen is niet omdat de Jack Russell ADHD is.
De Jack Russell is ook geen neuroot.
Dat blaffen was vroeger gericht om de prooi uit het hol te krijgen.
Of als er een slachtoffer werd gevonden onder het puin of in een ingestorte tunnel.
Maar er was nog iets praktisch aan dat blaffen.
Er was niet veel geld om bij ieder verlies een nieuwe Jack Russell te halen.
Ten eerste was deze hond goed ingespeeld op het “baasje”.
Waren er jaren training vooraf gegaan.
En wat dacht u van de band tussen het baasje en de hond?
Mocht er nou een tunnel instorten tijdens het werk.
Dan kon het “baasje” door het blaffen zijn hondje terug vinden.
Mocht het Jackie verdwijnen in het jachtgebied.
Dan was ook hier het blaffen de redding, om het hondje terug te vinden.
Rennen, vliegen, springen zijn waanzinnig gezond voor dit ras.
Maar als daarbij de Jack Russell ook nog zoekoefeningen krijgt, dan is het hondje pas echt in zijn hum.
En is het blaffen thuis al een stuk minder of helemaal niet.
|
|
|