Kwispelkennis onderwerp 3: Van pup tot jonge hond.
Door Timon Jürgens.
1.Waarom geen castratie?
2.De zindelijkheid van een pup.
3.Het nest van de hond in de natuur.
4.Het huis van de mens.
5.Waarom eten de pups en jonge honden in de natuur de restjes?
6.Wat is de oplossing om uw spullen heel te laten?
7.De bench.
8.De keuze van een hond.
9.De pup die het al in zich heeft.
10.De puberende huishond.
11.De natuurlijke schrik van de puberhond.
 
Terug naar onderwerpen Kwispelkennis
 
1. Waarom geen castratie?

Tussen de 6 á 8 weken mag de pup uit het nest.
Ik vind dat castratie alleen plaats mag vinden om medische redenen.
En dan alleen als er geen enkele mogelijkheid of uitweg meer is.
Om een gezonde groei door te maken, heeft de hond de geslachtshormonen tot over de 15 maanden nodig.
Tegenwoordig is het al rond de 5 maanden normaal om te castreren.
Daarbij: waarom zou u in een gezonde hond gaan snijden?

Castratie vindt vaak plaats om bepaalde ouderdomsziekten te voorkomen.
Deze ouderdomsziekten hebben ook met erfelijkheidsfactoren te maken.
Honden lopen, net als mensen, sowieso naarmate ze ouder worden grotere risico’s op het krijgen van ouderdomsziekten, of ze nu wel of niet ‘geholpen’ zijn.

Na een castratie is uw hond voor alle complete honden in uw buurt een vreemd wezen.
Waarom?
De geur van erkenning en herkenning is weggehaald bij de castratie.
En gezonde complete honden moeten niets van vreemde wezens hebben.
Daar bent u waarschijnlijk al achter.
Maar na castratie kan uw hond ook incontinent worden.
Bovendien kan uw hond vachtproblemen krijgen.
In beide laatste gevallen gaat uw hond een nare lucht verspreiden.

Dus uw hond kan op jonge leeftijd een eenzame, incontinente hond met vacht- en geurproblemen worden.

Als u een hond neemt, neemt u een hond omdat ú dat wilt.
En als dat binnen het gezin past zit ú goed.
De rest komt vanzelf met de groei van de hond mee.
Vertrouw daar wat meer op.
En is er toch wat?
Ga op zoek tot u het, naar tevredenheid, hebt gevonden.
Want er is niets mooiers dan een tevreden mens te zien, met een tevreden hond.

N.B. Bij sterilisatie ligt het heel anders omdat dan de productie van geslachtshormonen gewoon doorgaat.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis


2. De zindelijkheid van een pup.

Een pup kan zomaar op de eerste dag van binnenkomst een plasje doen in huis.
Dat gebeurt meestal bij de voordeur en in bepaalde hoekjes.
Het is niets anders dan het markeren van het territorium.
Dat betekend dat de pup zich al meteen thuis voelt.
En dat is positief voor de verder ontwikkeling.

Een pup wordt pas zindelijk tussen de vier á vijf maanden.
Niet na twee weken.
De pup heeft alleen maar geleerd om de behoeften op te houden.
Maar de sluitspieren kunnen de druk nog niet aan omdat ze nog niet sterk genoeg zijn.
En wat dacht u van de geestelijke druk.
De schade hiervan zal pas op latere leeftijd naar buiten komen.

Vóór het eten, na een slaapje en wanneer de pup het zelf aangeeft moet u gewoon naar buiten.

Na vijf maanden kan er nog wel eens een ongelukje gebeuren in huis.
Dat komt meestal door de blijdschap of door het enthousiasme.
Of u was te laat om de pup naar buiten te helpen.
U kunt dan niets met de pup ondernemen.
De enige oplossing is een emmer met sop.

In de eerste vijf maanden is het verstandig om het tapijt weg te halen.
Als het mogelijk is natuurlijk.
De pootjes van een pup blijven namelijk schoon en droog op het tapijt.
Net als buiten in het hoge gras en onder de struiken.

Een krant bij de voordeur helpt altijd.
Dan is de overgang van de voordeur naar buiten niet zo groot.

Zo zal de voordeur de weg naar de bevrijding worden.
Want u geloofd toch zelf ook niet dat een pup expres de behoeften in huis doet?

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis


3. Het nest van de hond in de natuur.

In een nest zal een pup nooit aan de slaapplaats of aan de muren knagen.
Dat maakt de teef wel duidelijk aan haar puppy’s.
Maar dan moeten de puppy’s wel een alternatief hebben.

De botten van een prooi zijn daar een goede oplossing voor.
Alleen gekookte botten geven splinters.
Ongekookte botten zijn zeer goed kauwbaar en flexibel.
En in ongekookte botten zitten mineralen en bouwstoffen die zéér gezond zijn voor een hond.
Helemaal als die nog in de groei is.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis


4. Het huis van de mens.

Bij ons is de bank, het kussen, de schoen en de kabels een geweldige oplossing tegen jeuk, pijn en overmatige puppy-energie.
In de ogen van een pup!

Alleen wij hechten waarde aan onze inboedel.
Aangezien een pup niet emotioneel waarde hecht aan onze inboedel zoals wij dat doen.
En al helemaal niet de waarde van geld kent zoals het ons leven beheerst.
Dan kunnen wij ook niet verwachten dat een pup en een jonge hond onze inboedel heel laten.

Want alles geeft zo lekker mee en het lost even de groeipijnen en groei-jeuk op.
Dat een schoen, een kussen of een bank stuk gaat, is niet aan de orde bij een pup of jonge hond.
Een prooi wordt ook verscheurd.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis


5. Waarom eten de pups en jonge honden in de natuur de restjes?

De restjes van de prooi zijn hard genoeg om de jeuk en de pijn van het doorkomen (en later de wissel) van de tanden op te lossen.

Een pup of jonge hond moet alleen wat harder werken dan een volwassen hond.
Om zo aan hun voedingsstoffen te komen.
Daar is doorzettingsvermogen voor nodig.
En dat maakt een pup of jonge hond in de natuur sterk in het karakter.

Nu zitten er geen eetbare stoffen in onze inboedel.
Maar dat hoofdstuk is ook gesloten.
En dat komt door de komst van de brokken en het blikvoer.

Bij de groei en wissel van de tanden gaat het alleen nog om de oplossing daarvan.
Het karakter van de jonkies wordt gevormd door nieuwe en andere uitdagingen.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis


6. Wat is de oplossing om uw spullen heel te laten?

Hoe voorkomt u nou dat het erfstuk van uw oma of de hoge prijs die u voor de bank heeft betaald, niet verloren gaat?

Maar ook dat de TV kabel nog heel is als u thuis komt.
En dus uw pup nog leeft!

Dan hebben we nog de kussens en de schoenen die u heel wilt laten, om de financiële en emotionele waarde.

De pup moet geconfronteerd worden met wat die wel of niet mag.

U neemt een oude schoen, een oud kussen en wat losse kabels die lijken op de kabels van de stereo, telefoon en TV.

U legt één van de spullen op de grond.
Bijvoorbeeld een stuk kabel.

Iedere keer dat de pup eraan wil zitten, corrigeert u de pup met uw stem.
Kort en krachtig.
“ Uh ”, werkt het best.

Na drie keer kunt u gerust de pup heel licht in de nek naar de grond duwen.
Leg uw linker hand op uw rechter arm en duw licht met uw hand.
Zo voelt een pup het ook.

Dit is het nabootsen van de moederhond (teef).
Opvoedkundig, zie ook onderwerp 6 Socialisatie, artikel 5 "Belonen en corrigeren van de hond".

De pup in het toilet opsluiten en 5 minuten wachten tot de pup beseft dat die een bank gesloopt heeft, is martelen.

Een pup zit niet in een donker hok te overdenken, dat die beter de bank met rust had kunnen laten:
"Arm baasje.
Ik heb de nieuwe bank van heel veel nullen gesloopt.
Het was een erfenis van de oma, stom, stom, stom".

Mensen denken zo.
De pup denkt dat zijn leven over is.

Opsluiting kan fataal zijn voor een hondenhartje!!!
Opsluiting is in ieder geval wel goed voor:
of blijvende angst
of blijvende woede
of overmatig poepen en plassen
of valse uitvallen.
Komt dat niet nu, dan komt dat later.

Een pup moet zien en direct ervaren.
Als ik aan dat kussen zit, corrigeert mijn baasje.

Het gaat hier over een kussen.
Niet over koekjes.
Dus de pup moet van het kussen afblijven en dan geen koekje eten.
Goed gedrag is vanzelfsprekend in de wereld van de hond.

Correcties vinden alleen plaats als de hond of zichzelf of iets of de roedel in gevaar brengt.

Bij ons is het in eerste instantie, iets.
Kussens, schoenen, bank en kabels.
En uiteindelijk zichzelf.

Vulling van kussens, een bank en stukken van een schoen kunnen verstikkend zijn.
De TV, stereo en telefoon-kabels zijn dodelijk door de elektroshock.

Door met een oud kussen, oude schoen of losse kabel te oefenen weet de pup uiteindelijk dat die daar echt niet aan mag zitten.
De bank is makkelijk omdat u daarop zit.

En als u weggaat, ligt er een puppybot en uw pup in de open bench.
Bij iedereen die ik ken, is bij terugkomst de pup in een diepe slaap.
En nog belangrijker.
Alles is heel.

Maar als u weer thuis bent kan de pup weer beginnen.
Dan gaat u ook weer lekker beginnen met “ afblijven ” oefenen.
Dat is leuk omdat u op een begrijpelijk manier voor de pup leert dat door samenwerken uw huis heel blijft.

U heeft de spullen.
En de pup blijft eraf.
Zonder geestelijke en lichamelijke schade, veroorzaakt door opsluiting, schreeuwen, tikken, koekjes, slepen, knijpen en andere moderne technieken.

Het gaat om u en uw pup.

Niet om wat daar tussen zit als:
koekjes, trainers en andere hulpmiddelen.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis


7. De bench.

De bench is een hulpmiddel, geen oplossing.
De bench is handig als u even de kamer uit moet of even naar de winkel gaat.

Nu is de bench een plek waar de hond zich veilig moet voelen, niet opgesloten.

Ga nu niet met koekjes de pup verleiden de bench in te gaan.
Want dan gaat de pup voor het koekje, en niet voor het gevoel dat het goed is.

Dan duurt het maar wat langer.
Maar het is in ieder geval op langer termijn niet schadelijk.

Als de pup het goed vindt en zich thuis voelt in de bench, dan hoeft de bench nooit dicht.

Doe er geen deken overheen of iets anders wat afdekt.
Ik ken mensen die mij vertelde dat, bij kennissen van hen, de pup dood werd terug gevonden in de bench.

De pup moet lekker de kamer in kunnen kijken en niet het gevoel hebben in een dichte donkere ruimte te zitten.

Dat is altijd voor iedere hond een angstige bedreiging.
Dat risico wilt u niet nemen.

Als de pup echt niet de bench in wil, is een open doos of gewoon de mand de ouderwetse en goedkoopste oplossing.

Vergeet niet dat een puppy veel slaapt en rust.
Laat dat ook zo zijn.
Want alleen op deze manier wordt de pup een gezonde, sterke volwassen hond.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis


8. De keuze van een hond.

- Het ene ras moet los lopen en rennen.
  Terwijl het andere ras juist aan de lijn moet leren lopen, voor die los kan.

- Het ene ras moet aan een paal op de tweemeter lijn om tot rust te komen.
  Terwijl het andere ras vrij moet rond rennen en springen om tot rust te komen.

- Het ene ras wordt gek van verveling naast de fiets.
  Terwijl het andere ras niet anders wil.

- Het ene ras werkt het beste met het hoofd.
  Het andere ras werkt het beste met het lichaam.
  Weer een ander ras werkt het beste met beide.

- Het ene ras is erg op zichzelf.
  Terwijl het andere ras juist op de buitenwereld is gericht.

- Dan zijn er nog de maten van de honden in hoogte, lengte en breedte.

Het is niet alleen wat u wilt weten, als u een pup in huis haalt.
Maar deze ontdekkingsreis begint ook bij de hond als die nog een pup is.
De pup moet nog een karakter vormen.
En dat doet die door eerst de wereld op een speelse wijze te ontdekken.

Pas later leert de pup "naast", "zit", "blijf", "zoek", "voed", "wacht", "aport", enzovoort.
Als u daar te vroeg mee begint slaat u een belangrijke fase over.
Het opgroeien als pup.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis


9. De pup die het al in zich heeft.

Als ik met mensen begin hun pup te leren begrijpen, is het eerste wat ik leer: oogcontact.
Dat wordt springen en stuiteren bij de pup.
Maar daar is een vriendelijke oplossing voor.

De ogen van een pup vragen.
De houding van een pup bevestigt wat die wil.
Een pup is leergierig en ondernemend.

Daar horen ook de geluiden bij.
Zoals grommen, piepen en later blaffen en zingen (huilen in de volksmond).
Dat zingen is om samen te komen en/of te onderzoeken of er nog meer honden in de buurt zijn.
En een pup begint vaak met zingen als u van huis bent.
Dat heet vraaggedrag.
Waar bevindt u zich?
Waar bent u?

Maar het zijn de ogen van een pup die tegen u spreken.
Met de emoties van een levend wezentje.
Leer van uw pup.

Geef uzelf de tijd en de ruimte om samen met uw pup op te groeien.
Zo kunt u samen met uw pup door één deur..
En dat geeft soms leuke, vriendelijke en grappige situaties.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis


10. De puberende huishond.

De pubertijd van een jonge hond is ongeveer tussen de 6 maanden en anderhalf jaar.
De puberende hond voelt zich te oud voor de kleintjes, maar is nog te jong voor de jongvolwassen honden.

Uw meubilair is nog steeds niet veilig.
Dat komt door de pijn en de jeuk van de groeiende kaken en de nog wisselende tanden.
Alleen is uw hond geen pup meer.
Dus kan het dier ook niet meer op dezelfde manier, als een pup worden opgevoed.

Voor uw puberende hond zijn de poten van uw meubilair net als de bomen en takken in de natuur.
Hebt u riet in huis?
Dan is dat gewoon riet in de ogen van uw hond.
En dus bijvoorbeeld geen mand of stoel.

Nou had uw pup al de neiging om alles te onderzoeken en af te kluiven.
Toen werkte Onderwerp 3 (Pup) artikel 6 (Wat is de oplossing om uw spullen heel te laten?) nog goed.
Maar nu lijkt er helemaal niets meer te werken.
En luisteren?
Dat doet de hond volkomen op zijn eigen manier.

Hoe maakt u nou een pubererende hond duidelijk wat wel en wat niet in huis mag?
En ook nog zo dat de hond zich niet tegen u gaat keren.
U moet op een andere manier met uw hond leren omgaan.
Een nieuwe leeftijdsfase is ingeluid.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis


11. De natuurlijke schrik van de puberhond.

Er is een methode die niet voor gymzalen of sportvelden is ontwikkeld, maar alleen voor thuis.
Deze methode is ontwikkeld ter bescherming van uw inboedel, die in de ogen van uw hond de natuur is waarin hij leeft.
Weet de hond veel.
Ja eigenlijk best heel veel, maar hout blijft hout en riet blijft riet.
Voor ons zijn het stoelen, tafels, rieten manden en rieten stoelen.
De methode is gebaseerd op het nabootsen van de natuurlijke schrik van de hond, waarbij de hond niet de link legt met waarvoor hij geschrokken is.
De hond weet alleen dat het de volgende keer anders moet of dat hij het nooit meer moet doen om zijn eigen veiligheid.
Bijvoorbeeld:

1 Een hond valt in het water omdat hij te veel overhangt.
   De hond zal nooit meer op dezelfde manier overhangen.
   De volgende keer hangt de hond anders over of gaat gewoon in het water staan.
   De schrik kwam van de val maar niet van het water.
   Anders zou de hond nooit meer het water drinken.

2 De hond valt van een helling.
   De hond zal nooit meer op dezelfde manier van een helling afgaan.
   Het was niet de helling waar de hond van schrok maar de val.

3 De hond heeft een neus vol doorns van de bramenstruik.
   De hond zal nooit meer op dezelfde manier bramen plukken.
   Het waren niet de bramen waar de hond van schok maar de doorns.

Bij deze ervaringen zal de hond gewoon doorgaan met dezelfde beproevingen.
Alleen zo dat hij het in het vervolg wel goed doet.
En als de hond ergens vanaf moet blijven, dan doet hij dat voor de rest van zijn leven.
De methode is niet om uw hond te traumatiseren, maar om de hond te leren wat gevaarlijk, giftig of pijnlijk is.
En daar maakt u gebruik van, maar nu gericht op uw inboedel.

U maakt gebruik van de lessen uit de natuur om uw hond te leren dat hij van uw spullen af moet blijven.
En in de ogen van de hond maakt het niet uit of de les van de helling, het water, de bramen of uw inboedel komt.
Zolang uzelf maar niet gekoppeld wordt aan de natuurlijke schrik van de hond.
De inboedel is dan te vergelijken met de val in het water of van de helling of de doorns van de bramenstruik.
Daarmee kan u de knaag- en knabbelschade aan uw inboedel voorkomen.
En de relatie tussen u en uw hond wordt niet verstoord.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis