|
1. Ingrijpen of socialiseren?
Bij socialisatie is het van belang dat u zich er niet mee bemoeid.
Er zijn zoveel eigenaren die hun favoriete hond ten prooi hebben zien vallen.
Of omdat ze hun hond teveel in bescherming namen ten onder zagen gaan.
Hoe u het ook wendt of keert:
Wij beslissen nooit over de positie van de honden, zonder dat de honden het onderling daarover eens zijn.
Het wordt op straat steeds erger.
Mensen laten zich bang maken door de fabeltjes dat honden alleen maar willen vechten en/of voortplanten.
Men wordt menselijk agressief, omdat een hond kwispelt en tegemoet komt lopen.
Een hond doet dat alleen maar om kennis te maken.
Niet om ruzie te zoeken zoals de meeste mensen denken.
Iedere vorm van emotie wordt bevestigd door de hond.
Honden reageren fel omdat hun eigenaar fel reageert.
Maar honden reageren ook fel, als ze twee weken lang bij de tegemoetkomende hond worden weggehouden.
Ik hoor en zie meer en meer honden blaffen, slepen, trekken en knopen leggen in de lijnen van de wandelaars.
Dat wij steeds benauwder leven met elkaar, wil niet zeggen dat de honden dat ook moeten doen.
2. De socialisatie van de hond.
Als twee honden elkaar besnuffelen, duwen, stoten, grijpen, rollen en bespringen is dat socialisatie.
Bij ons noemen wij dat vechten.
Om elkaar te leren kennen, gebruiken wij woorden.
De honden hun lichaam en houding.
Wanneer wij ons met twee onderzoekende honden gaan bemoeien, bevestigen wij de sterkste hond.
Of we laten de zwakste hond in de steek.
In beide gevallen wakkeren wij een hardere vorm van omgang aan.
En hoe harder wij ons ermee bemoeien, hoe feller de honden zullen zijn.
Weet u waarom?
Wij stimuleren geen socialisatie, maar een gevecht.
Ten eerste:
het “baasje” moet tegen een andere hond beschermd worden.
Ten tweede:
de honden wordt tegen gehouden om de positie bij de andere hond te bepalen.
Als wij een gesprek niet af mogen maken, kunnen wij onszelf wijs maken dat we het niet erg vinden.
Honden ervaren dat onbeantwoorde gevoel steeds weer opnieuw.
Namelijk bij iedere “ontmoeting” op afstand, met andere honden.
3. Stel dat u tijdens een gesprek steeds wordt onderbroken.
Dat is niet leuk.
En iedere keer als u overnieuw begint, wordt u steeds weer onderbroken in uw verhaal.
Daar zitten grenzen aan.
Wij verheffen onze stem.
De hond gromt of grauwt even.
Het grommen en grauwen zijn een begrenzer, tegen geweld.
Hiermee voorkomen de honden om gewond te raken.
Of verwond te worden.
Bij de mens valt dat nog te bezien.
Steeds meer mensen verliezen het geduld, en de kunst van de spraakvaardigheid.
Maar ook steeds meer mensen geven geen hand meer.
Mag de hond daarom niet meer snuffelen bij andere honden?
4. Het bespringen bij honden.
Het bespringen bij honden heeft niets met de oudste dans op onze planeet te maken.
De rede van het bespringen is om de geur van de bovenste hond, in de vacht van de onderste hond te krijgen.
De geur van de onderste hond blijft lang in de vacht hangen.
Hierdoor wordt de geur in het geheugen van de onderste hond opgeslagen.
De bovenste hond krijgt de geur van de onderste hond in zijn neus.
Die via deze weg de geur in het geheugen opslaat.
Bij de eerst volgende wandeling ruiken de honden elkaar eerder, voordat ze elkaar in het oog krijgen.
Zo weten de honden welke houding ze aan moeten nemen bij een eventuele ontmoeting.
Het gevolg is dat de “baasjes” normaal langs elkaar kunnen lopen.
En als de honden toch bij elkaar komen, is het alleen om met elkaar te zijn.
Voor ons lijkt het op spelen en dollen.
Voor de hond is het een thuiskomertje op gelijk niveau.
De kennismakingsfase is namelijk niet meer aan de orde.
Die vond al plaats bij de eerste ontmoeting.
Honden horen samen te zijn.
Het zijn sociale groepsdieren.
Net als wij mensen.
5. Belonen en corrigeren van de hond.
Koekjes en worstjes zijn voedsel voor een hond.
Degene die het eerst voedsel krijgt, is de leider.
De beloning voor een hond is werken, voor ons spelen.
In worst zit meer kruiden dan in een monnikstuin.
En dat is heel slecht voor het darmenstelsel.
Diaree kan schadelijk zijn voor een hond.
En koekjes zijn geen snoep in de ogen van de hond.
Een hond blijft dat als voedsel zien.
De blijdschap en enthousiasme die u toont bij goed gedrag van de hond,
is het delen van geluk.
Maar een hond moet wel het gevoel hebben dat die het zelf heeft
uitgevonden en zelf heeft uitgevoerd.
Zo vormt u het karakter van uw huisdier.
En zo krijgt u ook een goede samenwerking met uw hond.
En als u iets doet waar uw huisdier niets mee kan.
Of uw huisdier begrijpt u niet.
Dan neemt uw viervoeter een loopje met u, en gaat uiteindelijk voor zichzelf denken.
Een hond luistert wel, en horen is ook geen probleem.
Dat kunnen honden als de beste.
Maar wat moet een dier als die niets van ons gedrag begrijpt?
Een broek aan?
De neus, de nek en de keel zijn de plaatsen om uw vraag aan uw hond
duidelijkheid te krijgen.
Maar dan niet alle drie tegelijk.
De nek is opvoedkundig (door de teef, van 0 tot 10 maanden).
De keel is positie bepalend (door de reu, van 10 maanden tot 2 jaar).
Als men u verteld dat u nooit in de keel moet corrigeren, dan is een slipketting helemaal uit den boze.
Die corrigeert zowel in de nek als onder de keel.
Wat moet een hond daarmee?
Liggen op de buik?
Of rollen op de rug?
Dus reageert de hond niet meer.
Dat is geen gevoelloosheid, maar een passieve houding.
Maar het ergste is nog dat uw hond door de littekenweefsels in de nek uiteindelijk wel gevoelloos kan worden.
Gelukkig is dat weer te herstellen.
Maar voorkomen is altijd beter dan genezen.
Voorheen gebruikte men canvas.
Nu nylon.
Canvas is prachtig, omdat het niet snijdt als nylon.
En omdat alles goedkoper moet van de consument, is de zachte
bescherming weg die kaalheid en schaafwonden voorkomt.
Haalt men ringetjes uit halsbandconstructies, die een bepaalde druk
weghouden op het hoofd van de hond.
En alles om de snuit wordt maar even een centimeter kleiner gemaakt.
En we praten over 2 á 3 euro goedkoper.
Maar driehonderd vijftig euro voor een antiblafband kan er wel af.
De eerste mensen klagen alweer.
De antiblafband werkt niet meer op de hond.
Nee, omdat de neusgeur natuurlijk geruïneerd is.
Of omdat de zenuwen in de keel gevoelloos zijn door de elektroshocks.
Maar we mogen de hond niet zachtjes corrigeren met onze hand in de
nek, zoals de kaak van de teef.
Of even met onze hand zachtjes schudden onder de keel van de hond,
zoals de reu dat doet.
Dat is dierenmishandeling?
6. De woorden die tot leven komen en de ogen die spreken.
Ik heb verschillende mensen meegemaakt die spontaan begonnen te huilen toen ze recht in de ogen van hun hond keken.
Dat huilen was geen angst, maar een emotie van een oergevoel.
De hond keek hun recht in de ziel.
Sindsdien waren de hond en het “baasje” één team (denk aan onderwerp 2: Alfa, artikel 1 "De positie in samenwerking").
U wordt in de hondenwereld geleerd vaste commando’s te gebruiken.
Blijf, volg, zoek, naast, enz.
Toen ik dit ooit aan mijn klanten ging leren, kwam ik tot de volgende conclusie.
Als iemand normaal altijd “voet” zegt en ineens “naast” moet zeggen.
Dan is het contact met de hond weg.
Als iemand al vanuit zichzelf commando’s gebruikt.
Dan leer ik mezelf diezelfde commando’s aan.
Om dan ook diezelfde commando’s bij de begeleiding te gebruiken.
Want zoals u zich voelt, zo draagt u het ook uit.
En al helemaal naar uw hond.
Als woorden gemeend zijn, komen ze tot leven.
Maar de ogen spreken altijd.
En dat zal voor vele van u een openbaring zijn.
Want alleen zo begrijpt uw hond wat u bedoeld.
7. De geur en de reuk bij een hond.
Het klinkt misschien vreemd en ongeloofwaardig maar de hond ruikt ongeveer een miljoen keer beter dan de mens
(bron: Vitus B. Dröscher).
De geur van een hond is het eerste contact.
Een hond ruikt eerst voordat die ziet of hoort.
Als u met de hand een tak heeft vastgehouden in het bos, ruikt de hond het dagen later nog.
Zelfs de kleur van de vacht geeft een afscheidingsgeur af.
8. De taal van de geur.
Uitwerpselen, vlaggetjes, voetsporen, ligplaatsen, enzovoort geven de externe informatie welke hond waar is geweest.
De geur van voedsel en zelfs van welk water komen via de vacht naar buiten.
Nu loopt de hond door de struiken, in het zand, rolt door de poep, modder en vlaggetjes, springt in het water, schuurt zijn vacht langs de bomen, kwijlt en krabt in de grond.
In de natuur is dit allemaal informatie waar een hond is geweest.
Op welke plek er te eten is maar ook zeker te drinken is?
Uit welke roedel en welk territorium een hond komt?
Of de hond ziek of gezond is?
Welke leeftijd de hond heeft?
Of het vriend of vijand is?
Geslachtsrijp of onvruchtbaar?
Dit ruikt de hond eerst voordat die een andere hond in het oog krijgt.
Het voordeel is dat de hond dan ook meteen weet welke houding die moet aannemen.
Hierdoor wordt er een gevecht voorkomen.
Is het een indringer dan zullen de honden op een hoog niveau hun positie uit socialiseren.
Daar vallen bijna nooit gewonden bij.
Mocht het toch mis gaan dan zal de hond via de meertjes, de beekjes, de planten, het voedsel en altijd via het speeksel zichzelf genezen.
De pijngrens van een hond licht zo hoog dat wij bewusteloos raken of in coma raken of zelfs sterven.
Heeft een hond die hoge pijngrens niet dan blijft er niet veel roedel over.
9. Eindconclusie van de geur en het reukvermogen.
In een wijk weet een hond welk “baasje” met welk hondje uit welke buurt en huis komt.
Deze informatie draagt een hond altijd bij zich.
Als u de hond gaat wassen en onder spuiten met mensengeurtjes,
dan haal je hiermee de identiteit van de hond weg.
Maar het effect op de reuk en de hersens is hetzelfde als u ammoniak in de neus spuit.
Nu is de pijngrens erg hoog en zal de hond uiterlijk niet reageren.
Maar hoe voelen wij ons als wij te veel ammoniak in een emmer water gooien?
En dat effect dan nog even vele malen versterken.....
Laat de hond(en) gewoon zichzelf schoon maken.
Speeksel ontsmet, lost op, en neutraliseert de geur zo, dat wij er in ieder geval geen last meer van hebben.
Geef uw hond(en) daar ook de tijd voor.
Of ze doen het bij elkaar.
Dat heet socialisatie.
Wat weer goed is om elkaar beter te leren kennen.
Of de hond(en) doen het alleen bij zichzelf.
En dat is weer goed om de indrukken van de dag een plekje te geven.
|