Kwispelkennis onderwerp 5: werken met de hond.
Door Timon Jürgens.
1.Een rijk verleden van de hond.
2.Lijnlopen is werken.
 
Terug naar onderwerpen Kwispelkennis



1. Een rijk verleden van de hond.

Geen hond is hetzelfde.
Geen ras of kruising is hetzelfde.

Ik bespreek hieronder de volgende honden:
A. De jachthond.
B. De sleehond.
C. De tassendrager.
D. De hoeder.
E. De waakhond.
Tenslotte (F) adviseer ik over het moment waarop u de honden kunt gaan fokken.

Ad A. De jachthond.

U kunt gaan rennen of gaan fietsen met een jachthond.
Of ongetraind door een bos los laten lopen.
Het enige dat u daarmee bereikt, is uitputting en ongecontroleerd gedrag.

Het jachtinstinct bij deze groep honden is sterker dan hun wil.
U krijgt bij het zomaar los lopen een vliegend projectiel, dat hoofdpijn krijgt van alle indrukken die ongefilterd binnen komen.
Wat eigenlijk voor alle honden geldt, maar zeker voor de honden die de jacht in zich hebben is:
zodra de hond buiten komt dan ruikt en hoort de hond alles wat onder de grond kruipt, zich op de grond zich voortbeweegt en in de lucht vliegt.
De jachthond wordt pas rustig wanneer het dier leert zich op één punt te concentreren.
U hoeft echt niet met een dood of een levende prooi te werken.
Daar zijn gelukkig praktische vervangers voor.

Ad B. De sleehond..

Ik maak sleehonden mee die het sleeën niet in zich hebben maar wel het snuffelen.
Dat zijn dan wel de uitzonderingen op de regel.
De grootste groep sleehonden wil het allerliefst vele kilometers lopen met een slee achter zich aan.
En dan zal nog het allermooiste zijn dat deze groep honden er flink bij moet na denken.

Van oorsprong werden de sleehonden uit het Noorden sloom bij - 25 graden.
De sleehonden werden pas goed actief als het kouder dan - 25 graden was.

Een volwassen en gezonde sleehond trekt negen maal zijn eigen lichaamsgewicht.
Het denkvermogen en het geheugen van deze groep honden is op een ongekend hoog niveau.
Een sleehond wil en moet zelf kunnen nadenken en zelf uitzoeken hoe iets zit.
Daarbij moet een sleehond het gevoel hebben dat die het zelf heeft ontdekt en het zelf heeft uitgevoerd.

Dat wil dus zeggen dat u steeds iets nieuws moet verzinnen.
Zonder dat de sleehond daarbij geholpen wordt.
Zo zijn ook de natuurgebieden waar de sleehonden vandaan komen.
Continue een uitdaging waar steeds weer iets nieuws is om te overwinnen.
Als u zo met uw sleehond omgaat dan krijgt u zoveel moois en zoveel goeds van uw hond terug.

Gedachteloze oefeningen zoals alleen maar wandelen hebben vaak vervelende gevolgen bij deze groep hond.
Dan gaat de sleehond voor zichzelf denken en voor zichzelf handelen.
Dan laat de hond u uit en u niet de hond.
De kracht en de energie in combinatie met de intelligentie van deze groep honden kan grote problemen veroorzaken.
En daar komt vaak ook nog eens het stresspoepen, het rondplassen en het slopengedrag in een huis vandaan.

Gelukkig zijn er goede oplossingen en goede mogelijkheden in ons te warme klimaat en te kleine landje.
Maar het blijft nog steeds heel hard werken met de sleehonden.

Ad C. De tassendrager..

Het is soms lastig en het is soms onmogelijk om met een slee door bepaalde landschappen heen te gaan.
Dan zijn tassen de uitkomst.
Nu komen er steeds meer hondenrassen met een te lange rug of een te aflopende rug.
Dus voor de moderne hond is het niet meer verstandig om de rug te belasten.
Er zijn genoeg andere uitdagingen om met de hond bezig te zijn.
Heeft u nog een oerras?
Bedenk dan goed dat, net zoals bij de sleehonden, de zwaarte van de tassen en de zwaarte van het werk opgebouwd moet worden.

Ad D. De hoeder..

Deze groep honden zijn makkelijker inzetbaar voor meerdere oefeningen.
Dat is logisch.
De hoeder is een hond die voor zichzelf kan denken, uit zichzelf kan doen en uit zichzelf kan handelen.
De hond bewaakt, de hond beschermt en de hond houdt de kudde bijeen.
Terwijl een herder of een cowboy de hele dag op een grassprietje zitten te kauwen.
Een herder of een cowboy komt alleen in actie als ze zelf iets willen doen met hun kudde.

Bij de kleine grazers, zoals de schapen en de geiten, is het de snelheid en de techniek van de hond dat een goede hoeder maakt.
De bekendste rassen van de grote hoeders zijn de Belgische en Duitse herders.

Bij de grote grazers zoals de koeien ging het om de uitstraling, het charisma en de techniek van de hond.
Deze groep charisma macho's werd ook gebruikt om, ongeacht het soort kudde, te beschermen tegen grote roofdieren.
Enkele hiervan zijn o.a.:
De Amerikaanse Bulldog, de Duitse Rottweiler, de Franse Bordeaux Dog en de Molloser uit de Balkan.

De meeste mensen denken helaas nog steeds dat de grote honden gevaarlijk of agressief zijn.
Geen enkele hoeder is van nature agressief!
Wat deze groep honden juist zo betrouwbaar maakt is het zachte karakter.
Het is alleen wel zo dat de drang om te verdedigen zeer sterk is.
Vaak nog sterker dan hun eigen wil.
Dat is geen agressie, maar een sterk karakter!
En zoals bij alles kan hier ook misbruik of gebruik van gemaakt worden.

Het werk van de grote hoeders.

In de trouwe bruine ogen van een hoeder is een gezin net een kudde uit zijn rijk verleden.
Een mooi voorbeeld is als ik bij mijn klanten thuis kom, na een wandeling met hun hond.
Ik moet altijd van de hond samen met de bewoners eerst mee naar binnen.
En daarna volgt de hond pas.
En ik ben maar een bezoeker van buitenaf.
Dat geeft duidelijk aan hoe het plichtsgevoel van een grote hoeder is.
Samen uit, samen thuis.

Om een kudde te beschermen werden de oerrassen gebruikt tegen de grote roofdieren.
De Molloser uit de Balkan en de Franse Bordeaux Dog waren twee van de rassen die de kudde moesten beschermen tegen het volgende.

- De Europese leeuw (die in Midden-, Oost- en Zuid Europa voorkwam).
  Tot dat de Romeinen de Europese leeuw helemaal hadden uitgeroeid.
- Verder liepen er over heel Europa beren en wolven.

Een schetssituatie met wolven en wilde honden.
Een roedel wolven of een roedel wilde honden hebben een aantal perioden in het jaar dat ze meerdere kudde dieren tegelijk doden.
Dan gaan ze bijvoorbeeld alleen voor de pens van een koe, een schaap of een geit.
Omdat een roedel uit meerdere roofdieren bestaat, worden er dus ook meerder kudde dieren gedood.
Zo komt geen roedeldier iets te kort.
En in hele barre tijden komen meerdere roedels van wolven bijeen om samen te gaan jagen.
Dat gebeurt ook bij de roedels van de wilde honden.
Bij het laatste kunnen gehele kudde dieren uitgeroeid worden.
Het is vanuit de wolf of de wilde hond absoluut geen zinloze massamoord.
Maar je zal maar het kuddedier zijn.
Uiteraard is het ook niet prettig voor een boer, een herder of een cowboy als dat gebeurt.
Dan zijn de charisma macho's een goede uitkomst.


De werkwijze van een grote hoeder om roofdieren te weren.

- Er zijn hoeders die door hun speciale blaf de roofdieren weg houden.
- Er zijn hoeders die tussen de kudde niet opvallen.
  Wat voor een roofdier een onaangename verrassing is.
  Een "schaap" dat ineens tegen je staat te blaffen, doet ieder roofdier vluchten.

Er is geen hoeder die meteen met vechten begint. Maar die, bij een directe aanval van een roofdier, zich wel verdedigt zonder de kudde uit het oog te verliezen.

En dat kan bij deze groep honden ook tijdens een wandeling gebeuren.
Daarom is het provoceren of het uitdagen uit ten boze.
De hond handelt vanuit zijn natuur.
Geen slechte eigenschap.
Maar wel in ons te dicht bevolkt, geasfalteerd landje.
En helemaal als er niet begrepen wordt wat de aard van de grote hoeders echt is.

Misbruik en de gevolgen daarvan.

Het is echt verschrikkelijk om bij deze honden de geestelijke en de emotionele schade te zien.
Om nog maar even over de lichamelijke schade te zwijgen.
En te bedenken dat deze honden zich juist zo sterk aan hun eigenaren hechten.
Ongeacht wat er met ze gebeurt.

Dat er rassen speciaal gefokt zijn voor het vechten, zegt niets over het karakter van het ras.
Want ze stammen allemaal af van de grote hoeders uit een rijk verleden.

Het is voornamelijk het uiterlijk wat deze honden zo erg hebben veranderd.
Om zo veel mogelijk schade aan te richten tijdens een gevecht, werd daar speciaal op gefokt.
- De tanden die naar binnen staan.
- Kaken die op slot slaan.
- Te weinig ruimte voor de hersens, zodat de hond sneller doordraait (maar nog steeds zijn deze honden te helpen!).
- Geen nek om niet direct gedood te worden.
Maar ook geen nek om meer kracht bij te zetten tijdens een gevecht.

Met de juiste benadering.

Gelukkig is er nog steeds goed samen te leven met deze honden.
Ik ken Rottweilers (hoeders) en Steffers (vechthonden) die 17-18 jaar werden.
Ondanks hun geestelijke, emotionele en lichamelijke schade door mishandeling.
Ik ken zelfs Steffers die de kinderen geboren hebben zien worden.
En later de vriendjes van die zelfde kinderen gewoon accepteerde in huis.
Zolang de nieuwe baasjes maar weten wat ze in huis halen en weten hoe ze ermee om kunnen gaan.
En dan kan een Steffer, een Bull, een Mastiff, een Rottweiler, een Bordeaux, enzovoort,…….. nog vele jaren een gelukkig leven leiden.

Ad E. Waakhonden.

Ik heb het hier niet over de politiehonden of de beveiligingshonden.
Ik heb het over de honden die gewoon een privéterrein of een woning bewaken.
De beste waakhonden zijn de wat oudere honden die niet meer zo actief zijn.
Jonge honden willen nog te veel en zijn nog veel te ondernemend.

Er zijn ook heel veel rassen die geen grote blaffers zijn.
Als een dergelijk ras dan toch in alle richtingen staat te blaffen.
Dan hebben we hier in de meeste situaties met verveling te maken.

Het gericht blaffen naar u is niet iets waar u zich meteen zorgen om hoeft maken.
Het kan gewoon een vraag van de hond zijn.
Wie bent u?
In welke positie staat de hond tegenover u?
Het meeste blaffen van de honden zijn vragend.
De problemen die ontstaan komen vaak door de bewegingsruimte.
Daar hoort dus ook de tijd bij die aan een hond besteed wordt.

De omgang met deze honden hangt ook af van het ras.
De leeftijd.
Is het een teef of een reu?
Is de hond gecastreerd, gesteriliseerd of niet "geholpen"?
En uiteindelijk is het voer ook bepalend voor het gedrag van de hond.
Bij het laatste gaat het niet om het merk, maar wat erin zit.

Ad F. De honden om mee te fokken.

Rond de vier á zeven jaar is een mooie leeftijd om te gaan fokken.
Omdat dan een teef en een reu genoeg ervaring hebben opgedaan om een goede ouderhond te zijn.
Dat krijgen de puppy’s allemaal mee in de opvoeding.
Die op hun beurt weer doorgroeien en verder ontwikkelen.
Op hetgeen de ouderhonden hun geleerd hebben.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis
2. Lijnlopen is werken.

Los lopende honden vervelen zich snel.
Het ene pootje voor het andere pootje zetten, is geen kunst.
Er zijn vele technieken met lijnlopen zonder druk, trek, wurg, prik, stroomstoot en andere omleg technieken.

Maar daar moet wel over nagedacht worden.
Bij goede lijnlopers hebt u te maken met lijnknopen, musketons en andere lijn technieken.
Zo kan de hond prettig lopen, zonder ergens last van te hebben.

U kunt niet bewuster met uw hond bezig zijn.
En ook hier bouwt u aan het karakter en het vertrouwen van uw hond.

Ik ken verschillende dames die door de smaak van hun mannen, een hond hebben die negen keer het eigen lichaamsgewicht trekken.
Door vriendelijke en zachte materialen en technieken, lopen deze dames nu met een rustige en meelopende hond aan hun lijn.

Hierdoor is de omgeving makkelijker te bewandelen.
De dames zien nu sneller wat ze moeten doen, met tegemoetkomend verkeer.
Maar ze weten nu ook dat de hond alerter is door verfijnde en zachte wandeltechnieken.
En praten tegen de hond is niet slecht.
Hiermee kunt u de hond sneller op een veilige plaats krijgen bij onverwachts verkeer, fietsers, elektronische karretjes en wandelaars.
Want de omgeving denkt nog steeds dat honden aan de lijn niet goed bij hun hoofd zijn.

Het ras, de geschiedenis, de omgeving en de hond zelf bepalen of het een losloper of een lijnloper is.
Niet alles is zomaar op alles toe te passen.
Eén hond is niet alle honden.
Er zijn inmiddels 420 rassen.
En ieder jaar komen er bij.
Zelfs de Dingo staat op de lijst om tot de rassen te gaan behoren.

Dus u haalt een heel verhaal in huis.
Maar dat is ook het mooie en het leuke van een hond.
U krijgt er zoveel goeds voor terug.
Dat sommige ervaringen niet op papier te krijgen zijn.

Terug naar top paginaTerug naar onderwerpen Kwispelkennis